Anis Hadj Moussa vertelt in een gesprek met Feyenoord ONE openhartig over zijn leven in Rotterdam, zijn plek binnen het team en de steun die hij ervaart van trainer Robin van Persie.
”Mijn Engels is niet het allerbeste, maar we gaan het proberen. Ik krijg elke week les en het gaat steeds beter. Soms samen met Targhalline en vaak ook een op een”, vertelt de vleugelaanvaller. ”Als ik naar buiten ga en zin heb om te winkelen, moet ik vaker op de foto met supporters. Dat is heel leuk. Als ze mij om een foto vragen zijn ze erg enthousiast. Dat kan ik echt niet weigeren.”
De buitenspeler vermaakt zich ook buiten het voetbal prima. ”Ik speel veel FIFA, ik denk ook dat ik de beste ben van de selectie. Ze zijn bang om tegen mij te spelen, dus niemand wil tegen mij spelen”, lacht hij. ”Ook Leo Sauer en Read niet. Ik speel FIFA echt volgens het systeem, veel overspelen en weinig dribbelen.”
”Ik ben heel blij, want ik merk dat de trainer mij veel vertrouwen geeft. Dus ik ben er trots op. Ik moet nu alles geven op het veld voor het team en voor de supporters. Ik ben dan ook erg blij dat ik de tweede aanvoerder ben. Niet zozeer nog meer verantwoordelijkheid dan normaal, maar ik heb het gevoel dat ik veel moet praten. Ik moet meer doen op het veld. Dat is goed voor mij, want ik moet alles geven voor het team.”
”Van Persie heeft mij gezegd dat ik dit nog heb om een grote speler te worden, dus ik werk hieraan. In het begin was het wennen, maar het gaat nu beter. Ik ben niet een typische leider. Ik speel op mijn eigen manier en met mijn spel wil ik aantonen dat ik het team wil helpen. Ik praat veel met Aymen Sliti. Ik help hem en geef hem feedback waar nodig is. Dat is goed, want hij is nog jong. Je hebt dus iemand nodig die je kan helpen. We praten veel en ik ben een goed voorbeeld omdat ik op dezelfde positie sta. Ook linksbenig.”
De aanvaller is ook kritisch over zijn eigen rendement. ”Ik ben blij omdat we bovenaan staan, dus dat is goed. Ik weet dat ik het beter kan doen, zoals meer doelpunten maken en assists geven of beslissende kansen creëren. Ik werk hier ook aan en aan het einde van het seizoen maken we de balans op.” De trainer helpt hem daarbij. ”We praten elke week over mijn spel. Wanneer je één-tegen-één kunt gaan, wanneer je moet passen en wanneer je moet herkennen dat er twee tegenstanders op je afkomen. Dan moet je terugspelen naar Read, heel veel dingen praten we over. Dus ik probeer het elke week beter te doen. Als de oplossing is om de bal af te geven, dan moet je dat doen. Ik weet dat het nooit om mij gaat, maar het is ook mijn speelstijl. Ik moet het team blijven helpen.”
”Sinds ik goed meeverdedig en veel meters maak voor het team merk ik dat het beter gaat. Ik dacht oké, ik ga het stap voor stap doen en ik heb het gevoel dat ik een hele goede speler kan zijn voor Feyenoord. Ik kijk ook naar de data, ik ren heel veel. Je kan niet meer zeggen dat ik alleen speel als ik de bal heb. Toen ik bij Vitesse speelde of in het begin bij Feyenoord misschien wel, maar nu niet meer. Ik loop echt veel. Ik loop zeker elf kilometer tijdens een wedstrijd, maar ik vind het niet leuk. Maar ik moet het doen, het is oké.”














Dat zeg je toch niet over jezelf…?!
Merk er helemaal niks van!
Kijk eens een wedstrijd terug zou ik zeggen, dan zal je wel schrikken